Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019
Onder 2.30 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:336.
Het hof heeft in rov. 4.13 van het eerste tussenarrest de zinsnede uit de faxbrief van 6 augustus 2001: “Nu zou de vraagprijs toch minimaal 35 mio moeten zijn” uitgelegd als het bedrag waarvoor, naar [verweerster 1] c.s. redelijkerwijs mochten begrijpen, Igvo bereid was in te stemmen met verkoop van de aandelen. Dat genoemde vraagprijs volgens Igvo als ondergrens was te beschouwen en voortkwam uit de ondergrens van f 33 miljoen die een jaar eerder was gesteld en het gegeven dat sindsdien f 2 miljoen winst was gemaakt , maakt de uitleg door het hof van de faxbrief niet onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd. Zoals blijkt uit rov. 2.8 van het eindarrest heeft het hof het bedrag van f 35 miljoen in de faxbrief van 6 augustus 2001 ook als ‘laatprijs’ beschouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/969d2cd7cfb76fa0863a720986fc24fcae4da8c4d7121dff7daeb20642630f32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 969d2cd7cfb76fa0863a720986fc24fcae4da8c4d7121dff7daeb20642630f32, en de alinea staat in dat document op bytes 52489 tot 53507.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/969d2cd7cfb76fa0863a720986fc24fcae4da8c4d7121dff7daeb20642630f32 | shasum -a 256