Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Onder 2.41 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:336.

Het subonderdeel klaagt dat het oordeel van het hof in rov. 2.10 van het tweede tussenarrest, althans de beslissing in het eindarrest om daarvan niet terug te komen, in het licht van de gedingstukken niet zonder meer begrijpelijk is. Het wijst er daartoe op dat Igvo haar stelling dat zij bij het noemen van een bedrag van f 35 miljoen in haar faxbericht van 6 augustus 2001 is uitgegaan van het Quick Scan rapport van [betrokkene 5] van augustus 2000 (hierna: het rapport van [betrokkene 5] ) in haar memorie na deskundigenbericht van 26 april 2016 nader heeft toegelicht door erop te wijzen dat zij ervan uitging dat de DCF-waardeberekening van Fa-med in het rapport van [betrokkene 5] was gebaseerd op de prognoses die [betrokkene 2] in het najaar van 2000 had besproken met BDO – dat toen namens Achmea een due diligence onderzoek uitvoerde – die zeer aanzienlijk positiever waren dan de prognoses in het memo van juni 2000 die [betrokkene 5] in werkelijkheid bleek te hebben gebruikt. Dat de waardebepaling van Fa-med door [betrokkene 5] in augustus 2000 in werkelijkheid was gebaseerd op de inmiddels al aanzienlijk te negatief gebleken prognoses van juni 2000, bleek Igvo volgens het subonderdeel pas in 2006. Toen pas kreeg zij de DCF-berekening die [betrokkene 5] in augustus 2000 in werkelijkheid bleek te hebben gemaakt voor het eerst onder ogen ; de onderliggende DCF-berekening van de waarde van Fa-med maakte namelijk geen deel uit van het rapport van [betrokkene 5] waarvan Igvo destijds kennis had genomen . Volgens het subonderdeel is in het licht van dit betoog niet zonder meer begrijpelijk dat het onaannemelijk zou zijn dat Igvo zich in augustus 2001 nog zou hebben gebaseerd op de waardebepaling van [betrokkene 5] een jaar eerder. Het subonderdeel acht daarbij van belang dat (i) [betrokkene 5] in augustus 2000 de waarde (“Fair price”) van Fa-med had bepaald op f 31 miljoen en [verweerster 1] op die waardebepaling een jaar later een minimale verkoopprijs voor Fa-med (aan Achmea ) van f 33 miljoen had gebaseerd, waarna Fa-med over het eerste half jaar van 2001 alweer twee miljoen winst had gemaakt ; (ii) gesteld noch gebleken is dat er naast het rapport van [betrokkene 5] enige andere voor Igvo beschikbare bron was met een waardebepaling van Fa-med ; (iii) Igvo niet in staat was om op basis van de door het hof genoemde nadere cumulatieve omzetgegevens zelf een waardebepaling te maken ; en (iv) Igvo , nadat zij op 6 augustus 2001 had vernomen van het (volgens Igvo nog slechts) voornemen van [verweerster 1] om Fa-med te verkopen, nog diezelfde dag heeft gereageerd , zodat zij ook geen tijd had om een waardebepaling te (laten) maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/969d2cd7cfb76fa0863a720986fc24fcae4da8c4d7121dff7daeb20642630f32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 969d2cd7cfb76fa0863a720986fc24fcae4da8c4d7121dff7daeb20642630f32, en de alinea staat in dat document op bytes 68285 tot 71395.