Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:336.

Subonderdeel I.1 klaagt dat het hof “onjuist (via de band van artikel 2:11 BW)” heeft geoordeeld dat [verweerder 2] jegens Igvo aansprakelijk is. Het subonderdeel neemt daarbij tot uitgangspunt dat de onderhandelingen namens verkoper Frelan zijn gevoerd en dat [verweerster 1] , en niet [verweerder 2] bestuurder van Frelan was. Hieruit volgt volgens het subonderdeel dat dan niet [verweerder 2] , maar [verweerster 1] in de redenering van het hof aansprakelijk zou zijn. Volgens het subonderdeel zou de enige manier om bij [verweerder 2] uit te komen, dan moeten worden gebaseerd op art. 2:11 BW, maar is de grond voor de door het hof geoordeelde aansprakelijkheid van [verweerder 2] als bestuurder art. 6:162 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/969d2cd7cfb76fa0863a720986fc24fcae4da8c4d7121dff7daeb20642630f32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 969d2cd7cfb76fa0863a720986fc24fcae4da8c4d7121dff7daeb20642630f32, en de alinea staat in dat document op bytes 99527 tot 100304.