Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:336.

Het hof heeft zijn oordeel om niet terug te komen van zijn oordeel dat vóór de faxbrief van 6 augustus 2001 geen wilsovereenstemming was over een verkoopprijs van f 31,5 miljoen niet gebaseerd op de overweging dat, nu de getuigenverklaring van [getuige 3] niet op tegenspraak van de wederpartij tot stand is gekomen, daarmee niet is gebleken van een onjuiste juridische of feitelijke misslag. Het hof heeft in het tweede tussenarrest en in het eindarrest overwogen dat niet wordt toegekomen aan bewijs van deze stelling en het (herhaalde) bewijsaanbod daarom wordt gepasseerd. Het subonderdeel berust derhalve op een onjuiste lezing van het arrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/969d2cd7cfb76fa0863a720986fc24fcae4da8c4d7121dff7daeb20642630f32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 969d2cd7cfb76fa0863a720986fc24fcae4da8c4d7121dff7daeb20642630f32, en de alinea staat in dat document op bytes 119461 tot 120161.