Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:338.
Het hof is van oordeel dat het verweer van [eiseres] ongegrond is. [verweerders] heeft bij het aangaan van de koopovereenkomst redelijkerwijs, op de voet van het bepaalde in artikel 16 onder a, mogen aannemen dat haar vordering in verband met bijbetaling in die bepaling wordt geregeld. Aldus is een termijn voor de nakoming overeengekomen, zodat het verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden doordat de bijbetaling binnen die termijn (19 november 2014) niet is verricht. [eiseres] heeft geen andere datum dan 19 november 2014 naar voren gebracht als datum waarop het verkochte is betrokken in een planontwikkeling waarbij woningbouw zal plaatsvinden. [verweerders] heeft verder bij het aangaan van de koopovereenkomst redelijkerwijs mogen aannemen dat het bepaalde in artikel 16 onder e, gelet op de tekst en de context daarvan, samenhangt met het verval van het verbod van bebouwing: na de betaling is de instemming van [verweerders] niet meer vereist. Uit artikel 16 onder e kan naar het oordeel van het hof, tegen de achtergrond van het bepaalde in artikel 16 onder a, redelijkerwijs niet worden afgeleid dat de bijbetaling niet eerder verschuldigd is. Het gevorderde wat betreft de wettelijke rente is verder niet bestreden en moet worden toegewezen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d, en de alinea staat in dat document op bytes 43304 tot 44580.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d | shasum -a 256