Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019
Onder 3.7.3 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:338.
[eiseres] (s.t. nrs. 3.19-3.20) betoogt dat het feit dat partijen niet hebben voorzien dat de door het hof in rov. 3.18 TA bedoelde omstandigheden zich zouden voordoen (lees: de vertraging in de besluitvorming), nog niet leidt tot de conclusie dat sprake is van een leemte. Het hof heeft dit echter niet miskend. Het hof heeft zich niet louter gebaseerd op zijn vaststellingen in rov. 3.18 TA, maar heeft terecht aan de hand van uitleg van de overeenkomst onderzocht of de overeenkomst op dit punt een leemte bevat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d, en de alinea staat in dat document op bytes 57391 tot 57995.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d | shasum -a 256