Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019
Onder 3.10.1 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:338.
Art. 6:258 BW geeft de rechter de mogelijkheid in te grijpen in de rechtsgevolgen van een overeenkomst in gevallen van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Een vergelijkbaar resultaat kan volgens de wetgever worden bereikt met toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, zo nodig gecombineerd met aanvulling van de overeenkomst op grond van art. 6:248 lid 1 BW. De wetgever achtte het, met het oog op de verschillende opties voor wijziging van de overeenkomst en de belangen van derden, beter om de contractuele rechtsverhouding in gevallen van onvoorziene omstandigheden geheel of gedeeltelijk opnieuw vast te stellen bij constitutief vonnis. Art. 6:258 BW is dus een uitwerking van art. 6:248 BW, in het bijzonder van lid 2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d, en de alinea staat in dat document op bytes 59792 tot 60903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d | shasum -a 256