Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Onder 2.6.4 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:338.

“3.21. (…) Niets is gesteld waaruit volgt dat partijen over en weer redelijkerwijs hebben mogen begrijpen dat de wederpartij een bepaalde afspraak wilde maken voor het scenario dat zich eind 2009 voordeed. In de overeenkomst, opgevat overeenkomstig de zin die partijen daaraan redelijkerwijs bij het aangaan daarvan daaraan hebben mogen geven, is aldus geen voorziening getroffen voor dit scenario.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c082d7d70a567121ac919674dd2082cf8468f6bf42952d92fef09a663bbfc95d, en de alinea staat in dat document op bytes 28365 tot 28783.