Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:339.
Deze klacht faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag. In rov. 2.5-2.9 van het vonnis ligt immers voldoende kenbaar besloten dat het Hof op grond van de bijzondere feiten en omstandigheden heeft aangenomen dat in dit geval de (striktere) maatstaf of een accountant als beroepsbeoefenaar de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht, mede bepalend is bij de beoordeling van de vraag of EY bij de uitoefening van haar werkzaamheden onrechtmatig heeft gehandeld jegens [verweerder] . Het Hof is dus niet uitgegaan van de opvatting dat deze maatstaf geldt in alle gevallen waarin beoordeeld moet worden of een accountant onrechtmatig heeft gehandeld jegens een derde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae431d2c10ca8316ce4c63f48f06cdabc1d422aba1a339c7fccdf75387da81b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae431d2c10ca8316ce4c63f48f06cdabc1d422aba1a339c7fccdf75387da81b0, en de alinea staat in dat document op bytes 50266 tot 51183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae431d2c10ca8316ce4c63f48f06cdabc1d422aba1a339c7fccdf75387da81b0 | shasum -a 256