Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Onder 3.40 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:339.
Hoewel EY terecht stelt dat [verweerder] nooit heeft aangevoerd dat hij erop vertrouwde dat EY de regels van de Gedragsrichtlijn in acht zou nemen – en het inleidend verzoekschrift onder 15 inderdaad suggereert dat [verweerder] pas later bekend is geraakt met de opdrachtbevestiging en de Gedragsrichtlijn –, zien de klachten eraan voorbij dat het Hof in rov. 2.7 slechts heeft overwogen dat [verweerder] zich als onderwerp van het persoonsgericht onderzoek “ op de rand van het contract tussen EY en FLPD bevond ” en dat hij daarom redelijkerwijs mocht verwachten dat EY zich aan de Gedragsrichtlijn zou houden. Anders dan EY betoogt, heeft het Hof dus niet geoordeeld dat [verweerder] daadwerkelijk, subjectief, erop heeft vertrouwd dat EY de regels van de Gedragsrichtlijn in acht zou nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae431d2c10ca8316ce4c63f48f06cdabc1d422aba1a339c7fccdf75387da81b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae431d2c10ca8316ce4c63f48f06cdabc1d422aba1a339c7fccdf75387da81b0, en de alinea staat in dat document op bytes 89666 tot 90514.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae431d2c10ca8316ce4c63f48f06cdabc1d422aba1a339c7fccdf75387da81b0 | shasum -a 256