Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Onder 3.63 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:339.

Subonderdeel 3a (zie het verzoekschrift tot cassatie onder 35-37 ) bevat motiveringsklachten tegen de overweging in rov. 2.69, vierde volzin, dat indien meer hoor en wederhoor was toegepast de passages in het rapport die onjuist of onduidelijk zijn, of duidelijker hadden kunnen zijn, en die ten nadele van [verweerder] werken, waarschijnlijk ten dele en mogelijkerwijs geheel gecorrigeerd, respectievelijk verduidelijkt waren geweest voordat het eindrapport zou zijn vastgesteld. EY klaagt dat dit oordeel onbegrijpelijk is. Volgens EY is het in het licht van de omstandigheden dat (i) [verweerder] in het kader van de ontbindingsprocedure geen concrete bezwaren heeft aangevoerd tegen het definitieve rapport en (ii) hij in zijn schriftelijke reactie op het conceptrapport evenmin is ingegaan op de door het Hof in rov. 2.17-2.67 vastgestelde onjuistheden en onduidelijkheden, niet aannemelijk dat indien [verweerder] (wèl) een afschrift van het conceptrapport had ontvangen, althans meer hoor en wederhoor was toegepast, hij wèl zodanig commentaar had gegeven dat de litigieuze passages in het rapport waarschijnlijk ten dele en mogelijkerwijs geheel gecorrigeerd respectievelijk verduidelijkt geweest waren voordat het eindrapport was vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae431d2c10ca8316ce4c63f48f06cdabc1d422aba1a339c7fccdf75387da81b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae431d2c10ca8316ce4c63f48f06cdabc1d422aba1a339c7fccdf75387da81b0, en de alinea staat in dat document op bytes 122659 tot 124007.