Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019
Onder 1.10 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:343.
CBI is van de vonnissen van 17 juli 2013 en 5 maart 2014 in hoger beroep gekomen bij het hof Amsterdam. CBI heeft, voor zover in cassatie van belang, in haar tweede grief betoogd dat de rechtbank zich ten onrechte bevoegd heeft geacht om kennis te nemen van de vorderingen jegens CBI, omdat niet voldaan is aan de vereisten voor toepassing van art. 767 Rv. Volgens de grief zouden de ten laste van CBI in Nederland gelegde beslagen niet doeltreffend zijn geweest, en zou niet gesteld of bewezen zijn dat het voor Siemens niet mogelijk is om op andere wijze een executoriale titel te verkrijgen dan door middel van een procedure bij de Nederlandse rechter. In de vijfde grief heeft CBI zich gericht tegen de hoogte van het door het hof toegewezen bedrag. Volgens CBI zijn partijen overeengekomen dat CBI in geen geval kan worden veroordeeld tot betaling van een bedrag hoger dan € 1.993.030,07, nu dit het bedrag is waarvoor de L/C is verstrekt. Ook verbiedt de toepasselijke Iraakse wet dat de toegewezen rente het bedrag aan hoofdsom overstijgt. Verder is aangevoerd dat de berekening van de verschuldigde rente door de rechtbank strijdig is met de Iraakse wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9, en de alinea staat in dat document op bytes 11192 tot 12369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9 | shasum -a 256