Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019

Onder 1.11 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:343.

‘3.3. De tweede grief strekt ten betoge dat de rechtbank zich ten onrechte bevoegd heeft geacht om van de jegens CBI ingestelde vordering kennis te nemen. Dit betoog faalt reeds omdat CBI blijkens haar processuele houding de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter heeft aanvaard. Zij is immers in het geding verschenen zonder zich, zoals artikel 11 Rv c.q. het toepasselijke artikel 24 EEX-Verordening (voorheen artikel 18 EEX-Verdrag) vereist, tijdig op het ontbreken van die bevoegdheid te beroepen (zoals de Staat Irak wel heeft gedaan). Het hof verwerpt in dit verband het betoog dat in het door CBI bij conclusie van antwoord in eerste aanleg gedaan beroep op (de uit het volkenrecht voortvloeiende) immuniteit van jurisdictie een beroep op het ontbreken van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in hierbedoelde zin besloten ligt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9, en de alinea staat in dat document op bytes 12696 tot 13566.