Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:343.
Het is een regel van internationaal gewoonterecht dat vermogensbestanddelen van vreemde staten niet voor beslag vatbaar zijn (dus immuniteit van executie genieten), voor zover zij een publieke bestemming hebben. Deze immuniteit is niet onbegrensd: per vermogensbestanddeel zal moeten worden vastgesteld of dit een publieke bestemming heeft. In 2016 heeft de Hoge Raad drie richtinggevende arresten over dit onderwerp gewezen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat immuniteit van executie ziet op zowel conservatoir als executoriaal beslag. Ook heeft de Hoge Raad overwogen dat het aan de schuldeiser is om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de beslagen vermogensbestanddelen voor beslag vatbaar zijn. De vreemde staat behoeft dus geen gegevens aan te dragen waaruit volgt dat zijn eigendommen een publieke bestemming hebben. Volgens de Hoge Raad strookt dit met art. 19 onderdeel c van de Convention on Jurisdictional Immunities of States and Their Property , dat op dit punt moet worden gezien als een codificatie van internationaal gewoonterecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9, en de alinea staat in dat document op bytes 26444 tot 27890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9 | shasum -a 256