Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:343.
De onderdelen 1.1 t/m 1/5 zijn gericht tegen het oordeel van het hof dat CBI de rechtsmacht van de Nederlandse rechter stilzwijgend heeft aanvaard. Volgens het hof is CBI in het geding verschenen zonder zich, zoals art. 11 Rv en art. 24 EEX-Verordening (nr. 44/2001) vereisen, tijdig op het ontbreken van rechtsmacht te beroepen. Onderdeel 1.1 klaagt dat het hof zijn bevoegdheidsoordeel ten onrechte (mede) heeft gebaseerd op art. 24 EEX-Verordening. Onderdeel 1.2 klaagt dat voor zover het hof art. 11 Rv als grondslag heeft gebruikt, die bepaling nog niet in werking was getreden op het moment dat de procedure aanhangig werd gemaakt. De onderdelen 1.3 en 1.4 betogen dat het hof is uitgegaan van een onjuiste opvatting ten aanzien van het moment waarop een bevoegdheidsverweer moet worden gevoerd. Onderdeel 1.5 klaagt dat het onbegrijpelijk is dat het hof heeft geoordeeld dat uit de proceshouding van CBI zou kunnen worden afgeleid dat zij de rechtsmacht van de Nederlandse rechter aanvaardde, omdat CBI immers in eerste aanleg een beroep heeft gedaan op immuniteit van jurisdictie
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9, en de alinea staat in dat document op bytes 30095 tot 31385.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9 | shasum -a 256