Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:343.
Het voorgaande brengt mee dat het hof in rov. 3.3 van het arrest van 31 maart 2015 ten onrechte heeft geoordeeld dat CBI de rechtsmacht van de Nederlandse rechter blijkens haar proceshouding heeft aanvaard, en dat haar beroep op immuniteit van jurisdictie niet als een beroep op het ontbreken van bevoegdheid kan worden gezien. Onderdeel 1.5 wijst daar terecht op. Daaraan staat niet in de weg dat CBI geen grief heeft gericht tegen de afwijzing van het beroep op immuniteit van jurisdictie: het gaat hier immers niet om de vraag of dat beroep gegrond was, maar of dat beroep (in eerste aanleg) kan worden gezien als een betwisting van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Gezien het voorgaande is dat het geval, zodat onderdeel 1.5 terecht is voorgedragen. Bij deze stand van zaken behoeven de klachten van de onderdelen 1.1 t/m 1.4 geen bespreking. Toch kan het slagen van de klacht van onderdeel 1.5 niet tot cassatie leiden, zoals hierna zal blijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9, en de alinea staat in dat document op bytes 32302 tot 33276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9 | shasum -a 256