Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:343.

Bij de bespreking van deze onderdelen stel ik het volgende voorop. Art. 765 Rv regelt het vreemdelingenbeslag: conservatoir (derden)beslag op zich in Nederland bevindende vermogensbestanddelen van een schuldenaar die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Als een dergelijk vreemdelingenbeslag eenmaal is gelegd, is de rechtbank waarvan de voorzieningenrechter het verlof tot beslaglegging heeft verleend op grond van art. 767 Rv bevoegd om kennis te nemen van de eis in de hoofdzaak, mits er geen andere mogelijkheid is om in Nederland een executoriale titel te verkrijgen. In het arrest Dongray / Gécamines heeft de Hoge Raad geoordeeld dat art. 767 Rv niet is bedoeld om de schuldeiser in Nederland een bevoegde rechter te verschaffen, zodat hij in Nederland een vonnis kan verkrijgen dat hij in het buitenland ten uitvoer kan leggen. Om die reden is van belang of de schuldeiser in Nederland reële verhaalsmogelijkheden heeft en of het beslag dus doeltreffend is geweest. Is dat niet het geval en is het beslag slechts gelegd om bevoegdheid van de Nederlandse rechter te creëren, dan kan dat misbruik van bevoegdheid in de zin van art. 3:13 lid 2 BW opleveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9, en de alinea staat in dat document op bytes 34196 tot 35557.