Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:343.

In rov. 3.3 heeft het hof het beroep van CBI op misbruik van recht beoordeeld en verworpen, omdat er ten tijde van de beslaglegging reden was om te veronderstellen dat het derdenbeslag onder DNB reële verhaalsmogelijkheden bood. Het onderdeel betoogt dat het hof had moeten toetsen of ook op het moment dat CBI in de procedure werd betrokken nog sprake was van reële verhaalsmogelijkheden en beroept zich daarbij op het arrest Dongray / Gécamines . In de zaak Dongray / Gécamines achtte het hof inderdaad relevant wat de beslaglegger ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding wist over de mate waarin een beslag doel heeft getroffen, welk oordeel door de Hoge Raad in stand is gelaten. Daarmee heeft de Hoge Raad dus niet geoordeeld dat in dit soort gevallen steeds moet worden getoetst wat de beslaglegger weet ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding en dat dit dus het ‘peilmoment’ zou zijn. Het hof is daarom niet van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan. Onderdeel 1.8 faalt dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2a87bdb16182f9440f89f5bc49c0296e42ff1fb595fd0970426c8e85ca008c9, en de alinea staat in dat document op bytes 39536 tot 40690.