Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Onder 5.43.1 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:346.

Volgens subonderdeel 4.B.3 ( nrs. 4.34-4.36 ) baseert het hof in rov. 3.8-3.10 ten onrechte ambtshalve zijn transparantieoordeel mede op door de Stichtingen niet gestelde omstandigheden , te weten dat de leningnemers (a) niet zijn geïnformeerd over de verschillende kostencomponenten en (b) niet weten hoe de opslag tot stand komt, is samengesteld, binnen welke bandbreedte deze zal kunnen bewegen, en dat niet duidelijk is wat doel en achtergrond van de Wijzigingsbedingen is. Het middel klaagt dat het hof aldus de eisen van de goede procesorde, het recht van hoor en wederhoor, de grenzen van de rechtsstrijd en de regels over de verdeling van stelplicht en bewijslast heeft geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/852161cce3ae96377694f00adf8efa0b8a94fecaabb186b32bcda59d6ec77787. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 852161cce3ae96377694f00adf8efa0b8a94fecaabb186b32bcda59d6ec77787, en de alinea staat in dat document op bytes 161293 tot 162104.