Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:376.

“De rechter moet dus in hoge mate door ander bewijs dan de verklaring van de partijgetuige overtuigd raken van de waarheid van een feit; de verklaring van de partijgetuige kan gebrekkige of ontbrekende schakels in het verhaal aanvullen. Vertelt de partijgetuige als eerste zijn verhaal, wat vaak een uitvoerig chronologisch verhaal rond een probandum is, dan dient te worden bedacht dat de volgorde waarin informatie wordt aangeboden, van invloed is op de oordeelsvorming. Eenmaal verkregen informatie kan niet worden genegeerd of weggedacht. De verklaring van de partijgetuige zal van invloed zijn op de context waarin een volgende getuige wordt gehoord, op de interpretatie van een volgende getuigenis, en op de neiging om door te vragen of juist aan te nemen dat een getuige informatie verstrekt die genoegzaam bekend is. Dat is uit een oogpunt van waarheidsvinding niet zonder risico. Vanuit dit perspectief kan de juiste toepassing van art. 164 lid 2 Rv in wezen worden bemoeilijkt door de partijgetuige als eerste te horen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69, en de alinea staat in dat document op bytes 20199 tot 21247.