Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:376.
Het onderdeel klaagt in de eerste plaats, samengevat, dat het hof met zijn overweging dat de aanwezigheid van [eiseres] bij het verhoor van haar echtgenoot tot gevolg heeft dat haar eigen getuigenverklaring aan waarde heeft ingeboet, heeft miskend dat partijgetuige [eiseres] het recht had om bij dit getuigenverhoor aanwezig te zijn (art. 179 lid 1 Rv) en dat dit wettelijke aanwezigheidsrecht door deze beslissing illusoir is geworden. Het gebruik maken van een wettelijk aanwezigheidsrecht wordt volgens het onderdeel zo uitgelegd door het hof dat deze in het tegendeel verkeert: een ongeschreven plicht van een partijgetuige om niet bij een getuigenverhoor aanwezig te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69, en de alinea staat in dat document op bytes 21867 tot 22558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69 | shasum -a 256