Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:376.
Bij de waardering van de partijgetuigenverklaring van [eiseres] mocht het hof de kanttekening maken dat haar verklaring aan waarde inboet omdat zij deze heeft afgelegd nadat haar echtgenoot [betrokkene 1] in haar aanwezigheid zijn getuigenverklaring heeft afgelegd. Daarmee heeft het hof het aanwezigheidsrecht niet illusoir gemaakt. Anders dan de klacht veronderstelt heeft het hof [eiseres] niet in het haar opgedragen bewijs niet geslaagd geacht omdat zij als partij aanwezig was geweest bij het voorafgaande getuigenverhoor van haar echtgenoot.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69, en de alinea staat in dat document op bytes 23595 tot 24193.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69 | shasum -a 256