Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:376.
“ Het klopt dat ik bij de comparitie van partijen bij de kantonrechter heb gezegd dat ik mij kan voorstellen dat overeenkomsten (2) en (3) op dezelfde dag zijn getekend. Ik heb daar dus gezegd dat ik mij dat kon voorstellen, maar uit artikel 4.7 blijkt dat de tekening van overeenkomst 2 in maart 2005 was. Ik was laat met betalingen. Op 11 mei 2005 heb ik €2300 betaald, inclusief het voorschot van €150 per maand voor januari en februari 2005. Op 11 augustus 2005 heb ik €3000 betaald voor maart, april en mei 2005, dus zonder de voorschotten. Van de mogelijkheid van een B.V. is steeds al sprake geweest en dat werd concreet toen [betrokkene 1] een lege B.V. beschikbaar had. De betaling van €2300 euro over januari en februari 2005 betrof contract (1). De betaling van €3000 over de perioden maart, april en mei 2005 betrof contract (2). Daarom staat artikel 4.7. in contract (2). Ten opzichte van de ingangsdatum van contract (2), 1 januari 2005, heb ik 2 maanden huur korting genoten omdat ik pas vanaf maart 2005 voor contract 2 ging betalen. De betalingen voor januari en februari 2005 betroffen contract (1). Als de overeenkomsten (1) en (2) worden opgeteld heb ik geen korting genoten. Het woord korting in contract (2) slaat alleen op de opgeschoven ingangsdatum. ”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69, en de alinea staat in dat document op bytes 26550 tot 27886.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69 | shasum -a 256