Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:376.
Het onderdeel klaagt vervolgens dat het hof in strijd met de rechtsregel die o.a. in het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AM2358, NJ 2004/318 is geformuleerd, niet nauwkeurig heeft overwogen of gemotiveerd dat het onaanvaardbaar zou zijn dat de rechter aan de eindbeslissing zou zijn gebonden. Bovendien heeft het hof volgens het onderdeel miskend dat de onjuiste feitelijke grondslag in het tussenarrest te wijten is aan procespartij [verweerder] omdat deze heeft verzuimd om uiterlijk in zijn memorie van antwoord een beroep te doen op de omstandigheid dat de datum waarop overeenkomst (2) was ondertekend, een andere was dan de datum waarop overeenkomst (3) was ondertekend. Hierbij wordt opgemerkt dat kopieën van deze overeenkomsten al in eerste aanleg door partij [eiseres] in het geding waren gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69, en de alinea staat in dat document op bytes 30591 tot 31481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69 | shasum -a 256