Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Onder 2.20 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:376.
Uit deze rechtsoverwegingen blijkt dat het hof in zijn tussenarrest louter heeft verondersteld dat er drie door beide partijen ondertekende huurovereenkomsten met betrekking tot telkens dezelfde bedrijfsruimte waren, waarvan twee overeenkomsten op dezelfde dag waren getekend. Ik verwijs ook naar de door het hof gebruikte bewoordingen – “anders dan het hof ten tijde van het tussenarrest van 9 mei 2017 veronderstelde” – in de hiervoor geciteerde rov. 7.4 van het eindarrest. De veronderstelling in het tussenarrest is geen bindende eindbeslissing (en evenmin een feitenvaststelling).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69, en de alinea staat in dat document op bytes 34297 tot 34904.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7efde4cb1e0b2c647c30150e30367d24c734885b7ff65b6fd6d622fdb6411d69 | shasum -a 256