Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2019
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:430.
Uit het arrest in het incident van de Hoge Raad van 2 februari 2018 volgt dat het middel niet kan slagen. Dit incident had betrekking op de ontvankelijkheid van [betrokkene 1] in cassatie, ten aanzien waarvan in wezen dezelfde vraag moest worden beantwoord als in de hoofdzaak. De Hoge Raad heeft immers overwogen dat de handelingsonbevoegdheid volgens het Spaanse civiele recht (art. 271 Código civil) tevens de onbevoegdheid meebrengt om zelfstandig in rechte op te treden (rov. 3.5). Hieruit volgt dat volgens de Hoge Raad dit rechtsgevolg van de handelingsonbevoegdheid, anders dan de onderdelen I.1 en I.2 betogen, wel degelijk naar Spaans recht dient te worden beoordeeld. De vraag of de tutor rechterlijke machtiging behoeft om namens de onder tutela gestelde in rechte op te treden dient volgens de Hoge Raad, aangezien dit een uitvoeringshandeling betreft in de zin van art. 14 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen van 13 januari 2000 , naar Nederlands recht te worden beoordeeld. Nu de maatregel van de tutela gelijk is te stellen met de Nederlandse maatregel van curatele, volgt het vereiste van een rechterlijke machtiging uit art. 1:386 lid 1 BW in verbinding met art. 1:349 BW (rov. 3.6.4). De Hoge Raad heeft het betoog dat [betrokkene 1] ontvankelijk is in haar cassatieberoep omdat haar tutor het instellen ervan heeft bekrachtigd, verworpen. Volgens de Hoge Raad gaat dit betoog niet op, omdat de wettelijke vertegenwoordiger de procedure kan ‘overnemen’ ingeval een procedure aanhangig is gemaakt door iemand die procesonbekwaam is en dan de wettelijke vertegenwoordiger optreedt als formele procespartij in plaats van de vertegenwoordigde. Volgens de Hoge Raad sluit het optreden van de curator als formele procespartij derhalve uit dat (ook) de vertegenwoordigde die hoedanigheid inneemt (rov. 3.7). De onderdelen I.1 en I.2 gaan dus uit van een onjuiste rechtsopvatting en falen, omdat zij kennelijk (ten onrechte) tot uitgangspunt nemen dat het instellen van hoger beroep door een procesonbekwame kan worden bekrachtigd door de curator en dit niet leidt tot niet-ontvankelijkheid. De onderdelen I.3, I.4 en I.5 bouwen voort op de onderdelen I.1 en I.2 en falen eveneens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6438d8bb3634b466f70ff7d325c54f74aabd82bdbbb6f19a88c767b5ccad62d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6438d8bb3634b466f70ff7d325c54f74aabd82bdbbb6f19a88c767b5ccad62d7, en de alinea staat in dat document op bytes 21727 tot 24027.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6438d8bb3634b466f70ff7d325c54f74aabd82bdbbb6f19a88c767b5ccad62d7 | shasum -a 256