Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2019

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:430.

Verder klaagt het middel dat het hof art. 23 en/of art. 26 Rv heeft geschonden door te verzuimen op de vorderingen te beslissen. Ook is het oordeel van het hof onbegrijpelijk, indien het zou hebben geoordeeld dat de vorderingen slechts voorwaardelijk (namelijk indien en voor zover [betrokkene 1] in haar principale beroep ontvankelijk zou zijn) waren ingesteld. Het oordeel geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting voor zover het hof heeft geoordeeld dat de niet-ontvankelijkheid in het principale appel in de weg zou staan aan de ontvankelijkheid van het incidentele appel, aldus het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6438d8bb3634b466f70ff7d325c54f74aabd82bdbbb6f19a88c767b5ccad62d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6438d8bb3634b466f70ff7d325c54f74aabd82bdbbb6f19a88c767b5ccad62d7, en de alinea staat in dat document op bytes 27575 tot 28185.