Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Onder 2.32 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:450.

Op grond van art. 7 lid 1, aanhef en onder b en c, Wwm worden de in deze wet genoemde erkenningen, consenten, vergunningen, verloven en ontheffingen, onverminderd de bijzondere gronden tot weigering daarvan, geweigerd indien er reden is om te vrezen dat aan de aanvrager het onder zich hebben van wapens of munitie niet kan worden toevertrouwd (punt b) of van die erkenningen, consenten, vergunningen, verloven of ontheffingen dan wel van wapens en munitie misbruik zal worden gemaakt (grond c). Op grond van art. 38 lid 2 Wwm moeten de korpschefs bij de uitvoering van deze wet de aanwijzingen van de minister van Justitie en Veiligheid volgen. Deze aanwijzingen waren ten tijde van de verlening van het verlof aan de schutter (10 november 2008) neergelegd in de Circulaire wapens en munitie 2005 (hierna: CWM 2005) . De belangrijkste gedeelten van de CWM 2005 zijn geciteerd in het vonnis van de rechtbank onder 3.7 en nogmaals in het bestreden arrest, blz. 9 – 12, zodat zij hier niet behoeven te worden herhaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07, en de alinea staat in dat document op bytes 77193 tot 78287.