Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Onder 2.66 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:450.

Ik wil veronderstellenderwijs aannemen dat de korpschef en de hem ondersteunende ambtenaren bij de behandeling van deze aanvraag wapenverlof geen moment hebben gedacht aan de mogelijkheid dat de schutter zich ooit schuldig zou maken aan misbruik van de op basis van dat wapenverlof voor hem beschikbare vuurwapens en munitie op een wijze en een schaal zoals op 9 april 2011 in winkelcentrum ‘de Ridderhof’. Maar dat is nu eenmaal niet het criterium: het gaat hier niet om subjectieve inzichten, maar om hetgeen “naar objectief inzicht voorzienbaar of waarschijnlijk was”. De overtreding van een verkeers- of veiligheidsnorm, die met het oog op de voorkoming van ongevallen is opgesteld en ter bescherming van het leven en de gezondheid van personen strekt, rechtvaardigt een ruime toerekening van letsel- en overlijdensschade. De aard van de aansprakelijkheid – de overtreding van een verkeers- of veiligheidsnorm − brengt met zich mede dat geen hoge eisen worden gesteld aan de voorzienbaarheid van de schade: ook letsel- en overlijdensschade die buiten de normale lijn der verwachtingen ligt, kan worden toegerekend aan de overtreder van de verkeers- of veiligheidsnorm .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07, en de alinea staat in dat document op bytes 116195 tot 117458.