Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Onder 2.70 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:450.

Uit de samenvatting van het verweer in overweging 9.3 volgt onmiskenbaar dat het hof de hiervoor onder a en b genoemde stellingen onder ogen heeft gezien. Ten aanzien van de stelling onder a (die betrekking heeft op het gezichtspunt: aard van de schade) heeft het hof geoordeeld dat materiële en immateriële letsel- en overlijdensschade niet in een zodanig ver verwijderd verband tot de normschending staat dat op grond daarvan toerekening achterwege zou moeten blijven (overweging 9.7). De klacht dat het hof niet is ingegaan op dit verweer mist daarom feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07, en de alinea staat in dat document op bytes 121285 tot 121910.