Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Onder 1.7 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:450.

Volgens de rechtbank stuitte de vordering evenwel af op het relativiteitsvereiste als bedoeld in art. 6:163 Burgerlijk Wetboek (BW). Naar het oordeel van de rechtbank moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds “deze met de WWM gediende algemene maatschappelijke veiligheidsnorm van bescherming van de veiligheid van de samenleving” en anderzijds “de door PHM geschonden norm van onzorgvuldige besluitvorming bij verlening van een wapenverlof”. Deze geschonden norm draagt bij aan de verwezenlijking van de eerstgenoemde, algemene maatschappelijke veiligheidsnorm. Maar daarmee is niet gezegd dat de in de Circulaire wapens en munitie 2005 neergelegde en uit de Wet wapens en munitie voortvloeiende eisen van zorgvuldigheid van besluitvorming mede strekken ter bescherming tegen (vermogens-)schade die de eisers hebben geleden doordat de schutter gebruik heeft gemaakt van wapens waarvoor ten onrechte hem een wapenverlof is verleend (overweging 5.43, zoals uitgewerkt in de overwegingen 5.44 en 5.45 Rb). Het voorgaande leidde de rechtbank tot de gevolgtrekking dat de door de Politie overtreden rechtsnorm niet (mede) strekt ter bescherming van de individuele vermogensbelangen van eisers (overweging 5.46).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07, en de alinea staat in dat document op bytes 19856 tot 21091.