Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Onder 1.8 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:450.

Omdat de eisers niet slechts een handelen van de Politie in strijd met haar wettelijke plicht aan hun vordering ten grondslag hadden gelegd, maar ook een handelen in strijd met hetgeen haar volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, heeft de rechtbank de vordering ook op deze subsidiaire grondslag beoordeeld. De rechtbank kwam tot de slotsom dat, ook al zou de korpschef tijdig kennis hebben genomen van de eerdere weigering van een aanvraag wapenverlof en van de Bopz-mutatie, de korpschef niet over geobjectiveerde informatie beschikte die op een veiligheidsrisico wees voor willekeurige derden. Daarom kon de korpschef zich daarvan geen rekenschap geven. Van het veronachtzamen van belangen van eisers is geen sprake, zodat de Politie geen ongeschreven zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden (overwegingen 5.47 – 5.52 Rb). Uit de artikelen 2, 3 en 8 EVRM valt volgens de rechtbank geen strengere zorgvuldigheidsnorm af te leiden (overweging 5.53 Rb) .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07, en de alinea staat in dat document op bytes 21170 tot 22226.