Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:450.
Het door de rechter in te stellen onderzoek strekt zich uit over drie aspecten, namelijk: (i) tot welke personen, (ii) tot welke schade en (iii) tot welke wijzen van ontstaan van schade de met de norm beoogde bescherming zich uitstrekt. Zij worden ook wel de persoonlijke, zakelijke en ontstaansrelativiteit genoemd . De persoonlijke relativiteit wordt ook wel afgeleid uit art. 6:162 lid 1 BW, waarin als voorwaarde voor het ontstaan van een schadevergoedingsverplichting is gesteld een jegens een ander gepleegde onrechtmatige daad .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07, en de alinea staat in dat document op bytes 52524 tot 53202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07 | shasum -a 256