Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:450.

Een arrest van 13 oktober 2006 betrof de vraag of de Verzekeringskamer als toezichthouder onrechtmatig had gehandeld jegens voormalige polishouders van de levensverzekeringmaatschappij Vie d’Or, door niet reeds eind november 1991 een stille bewindvoerder aan te wijzen. Ditmaal ging het om een rechtsnorm die zowel een algemeen belang als een individueel belang kan dienen . De Hoge Raad kwam tot de slotsom dat het in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf voorziene toezicht door de Verzekeringskamer mede ten doel heeft: het financiële belang van een polishouder, zoals dat voorzienbaar is gemoeid met een deconfiture van de verzekeraar, te beschermen. Volgens de Hoge Raad strookt het met het stelsel van de wet, het doel van dit toezicht en de bedoeling van de wetgever, zoals daarvan uit de parlementaire geschiedenis blijkt, dat dit wettelijk toezicht – naast het algemene belang van bescherming en bevordering van het vertrouwen in het verzekeringswezen – mede beoogt de individuele vermogensbelangen van (kort gezegd) de polishouders zo goed mogelijk te beschermen tegen het gevaar dat de verzekeraar niet aan zijn verplichtingen tegenover de betrokken polishouders kan voldoen en mede beoogt te bewerkstelligen dat het risico van een deconfiture van de verzekeraar zo gering mogelijk is. In die zaak ging het – anders dan in dit schietincident – om aansprakelijkheid van een toezichthouder .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07, en de alinea staat in dat document op bytes 56115 tot 57769.