Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019
Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:450.
Kort na het einde van de Eerste Wereldoorlog waren in Europa veel vuurwapens in omloop en door de oorlog waren veel personen vertrouwd geraakt met het gebruik daarvan. Ook was in deze periode sprake van revolutionaire bewegingen. In april 1919 werd een voorstel ingediend voor een wet, houdende nadere voorzieningen op het stuk van vuurwapenen en munitie (Vuurwapenwet 1919 ). De voorgestelde wet beperkte het voorhanden hebben en verhandelen van vuurwapens anders dan met een algemene of bijzondere machtiging, afgegeven door het hoofd van de plaatselijke politie. Aan een machtiging werden voorwaarden verbonden. Een machtiging wordt slechts verleend indien en voor zover enig redelijk belang dat vordert en misbruik van het vuurwapen niet is te vrezen. De machtiging kon worden beperkt tot bepaalde tijden en plaatsen. De wet regelde de registratie bij aan- en verkoop van een vuurwapen en uiteraard de registratie van de verleende machtigingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07, en de alinea staat in dat document op bytes 65383 tot 66408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d94de41515d9c4ecfb6becbd0ae48374945e658f9cb8668eb9daa52dad93a07 | shasum -a 256