Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019

Onder 2.10.5 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:474.

Anders dan de klacht in de vijfde en zesde alinea’s van het subonderdeel aanvoert, is het oordeel niet onbegrijpelijk in het licht van de stelling dat [verweerder] zich gebonden achtte aan de in de opdracht genoemde bedragen. Het hof overweegt in rov. 4.2 afzonderlijk ook dat partijen zich gebonden achten aan de in de kostenraming genoemde bedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5be1409e52fc0fbbcd35d927b8534fa690834140cb9101179babdb38401e605d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5be1409e52fc0fbbcd35d927b8534fa690834140cb9101179babdb38401e605d, en de alinea staat in dat document op bytes 21727 tot 22131.