Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019

Onder 2.13.2 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:474.

[verweerder] heeft zich op het standpunt gesteld dat hij de eerste vier ongespecificeerde facturen voor ‘materialen’ en ‘arbeid’ respectievelijk ‘werkzaamheden’ heeft betaald en dat hij een specificatie van de laatste twee facturen (681 en 687) wenste toen partijen van mening verschilden over welke werkzaamheden nog gefactureerd zouden kunnen worden (conclusie van antwoord nrs. 4-8; memorie van grieven nrs. 11-12, 27, 54). Hij verbond hieraan de conclusie dat hij de laatste twee facturen niet hoefde te betalen (conclusie van antwoord nr. 17; memorie van grieven nr. 35). [verweerder] heeft zijn bezwaren tot op zekere hoogte gespecificeerd. Hij stelde dat de in geschil zijnde facturen werkzaamheden/bouwmaterialen voor het kapplan noemen, voor hogere bedragen dan in de raming (akte van 19 december 2014 onder 1). In het in hoger beroep door hem overgelegde rapport van ing. Cornellissen wordt (op p. 9) een aantal als onterecht aangemerkte posten genoemd. Dit betreft een deel van de posten die het hof in rov. 4.7 noemt en verder de al genoemde bestrijding in de akte van 19 december 2014.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5be1409e52fc0fbbcd35d927b8534fa690834140cb9101179babdb38401e605d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5be1409e52fc0fbbcd35d927b8534fa690834140cb9101179babdb38401e605d, en de alinea staat in dat document op bytes 25227 tot 26426.