Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 3.32 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:479.

Randnr. 19 bevat een zelfstandige klacht gericht tegen rov. 3.7. Het onderdeel klaagt dat de beslissing van de ondernemingskamer zich niet anders laat verstaan dan dat aldus ieder besluit dat invulling geeft aan de publiekrechtelijke politietaak om criminaliteit te bestrijden, ongeacht op welk niveau binnen de organisatie dan ook genomen en ongeacht hoe ver verwijderd van de democratische controle daarop dan ook, moet worden aangemerkt als een besluit dat wordt genomen door een democratisch gecontroleerd orgaan. Volgens het onderdeel wordt in deze benadering miskend dat zich situaties kunnen voordoen waarin (i) de afstand tussen enerzijds het niveau waarop het besluit wordt genomen en anderzijds het niveau waarop de democratische controle plaatsvindt zo ver van elkaar verwijderd zijn dan van rechtstreekse democratische controle geen sprake is, terwijl (ii) op het niveau waar de besluitvorming feitelijk plaatsvindt, alle omstandigheden van het geval in acht genomen, een zeer ruime beoordelingsvrijheid bestaat om binnen kaders die eerder zijn vastgesteld door rechtstreeks democratisch gecontroleerde organen een zelfstandige afweging te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a74da280f19d4e5f1783c4053193812549d199520353463b532527ef1b2be68c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a74da280f19d4e5f1783c4053193812549d199520353463b532527ef1b2be68c, en de alinea staat in dat document op bytes 95308 tot 96480.