Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.

50. Het bewezenverklaarde ‘krachtig in het gezicht slaan’ is ontleend aan de bewijsmiddelen in hun onderlinge samenhang. Van een cruciale tegenstrijdigheid van de bewijsmiddelen 1, 2, 3 en 5 enerzijds en bewijsmiddel 4 anderzijds is geen sprake. In de bewijsmiddelen 1, 2, 3 en 5 is de handeling uitgedrukt met de woorden: …met zijn vlakke hand (…) met kracht (...) in mijn gezicht sloeg (bewijsmiddel 1), … een klap op haar hoofd…(bewijsmiddel 2), ….sloeg (…) met een vlakke hand in het gezicht…(bewijsmiddel 3), …op het moment dat verdachte uithaalt en zijn hand aangeefster zou moeten raken, het hoofd van aangeefster omklapt…(bewijsmiddel 5). Hier zijn verschillen, maar daarover klaagt het middel terecht niet. Het kan van doen hebben met door tijd en plaats beperkte waarneming en de (verschillende) waarnemingen sluiten voldoende op elkaar aan. Bewijsmiddel 4 beperkt de handeling tot het naar voren halen van de hand en het met de vingertoppen raken van het gezicht. Niet uitgesloten is dat dit ook slechts een deel is van wat is waargenomen dan wel heeft plaatsgevonden en het is zo bezien niet cruciaal tegenstrijdig met de andere bewijsmiddelen. Daarenboven is het niet uitgesloten dat vingertoppen zodanig het gezicht raken dat sprake is van krachtig slaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 57040 tot 58350.