Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.

Ik was vandaag aanwezig in het horecagebied van Arnhem centrum. (...) Ik stond omstreeks 03.40 uur te praten met een vriendin van mij. (...) Terwijl ik met haar in gesprek was kwam er in eens een man met een rood shirt bij ons staan en begon iets te vertellen. Hij kwam echt tussen ons in staan. Ik vond dit vervelend dus ik duwde die man op zijn borst en ik zei dat hij weg moest gaan. Ik zag nadat ik de man wegduwde dat hij gelijk weer bij ons kwam staan. Ik vond dit erg hinderlijk en ik kende die man helemaal niet dus ik wilde niet dat hij zich met ons gesprek bemoeide. Ik duwde hem vervolgens weer weg. Ik duwde met mijn hand toen ter hoogte van zijn nek. Vervolgens zag ik dat de man met het rode shirt een slaande beweging maakte in de richting van mijn hoofd. Ik voelde dat hij mij op mijn linkerwang raakte met zijn vlakke hand. (...) Ik voelde gelijk veel pijn in mijn wang door deze klap. Ik zag duidelijk dat de man met kracht en opzet mij in mijn gezicht sloeg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 6064 tot 7054.