Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.

10. Aan Blok en Besier ontleen ik dat het minder juist is te menen dat de rechter het bewijs bij eigen waarneming zonder bewijsvoering heeft verkregen, omdat voor de waarneming nodig is dat hem het voorwerp vertoond is. Verder wordt in aansluiting op de zojuist geciteerde wetsgeschiedenis opgemerkt dat als eigen waarneming van de rechter in hoofdzaak overblijven de bezichtiging van stukken van overtuiging en het schouwen van een plaatselijke gesteldheid. Genoemd worden verder ter terechtzitting vertoonde proefnemingen (identificatie van een persoon uit meer personen), vertoning van de mogelijkheid van bepaald gedrag door een verdachte of waarneming van — in mijn woorden — specifieke kenmerken van lichaamshouding of spraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 14632 tot 15509.