Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.

11. In Corstens/Borgers/Kooijmans worden (eveneens) voorbeelden gegeven van hetgeen voor eigen waarneming door de rechter vatbaar is. Als eerste worden genoemd de stukken van overtuiging: stukken die in de loop van het onderzoek in beslag zijn genomen (corpora en instrumenta delicti). Denk aan een valse akte, kinderporno, een vuurwapen of een bij een inbraak gebruikte schroevendraaier. Als ‘andere’ objecten (ik neem aan dat is bedoeld: niet inbeslaggenomen) noemen ze foto-, film-, audio- en videomateriaal, tekeningen, schetsen, diagrammen. Verder worden nog fysieke eigenschappen van personen als object van de eigen waarneming genoemd. Denk aan de eigen waarneming van de rechter dat de verschenen verdachte geheel of gedeeltelijk voldoet aan de door een getuige beschreven min of meer objectieve fysieke kenmerken (lang/kort, dik/dun, donker/blank, vorm van gezicht, neus, oren of bijzondere kenmerken als bijvoorbeeld een litteken in het gezicht). Al met al zijn er verschillende verschijningsvormen van het bewijsmiddel eigen waarneming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 15515 tot 16710.