Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.

15. Wil de eigen waarneming als bewijsmiddel kunnen worden gebruikt dan moet de waarneming in de woorden van art. 340 Sv bij het onderzoek ter terechtzitting zijn gedaan. Daarin ligt een beperking besloten. Proefnemingen van de rechter buiten de zitting vallen er niet onder evenals waarnemingen in de zittingszaal van de motoriek van een verdachte na sluiting van het onderzoek. Bij dat laatste valt te denken aan de wijze waarop een verdachte opstaat en wegloopt na sluiting van het onderzoek (een bijzonder ‘loopje‘). De wetenschap die de rechter in de wereld evenals iedere burger opdoet, komt niet in aanmerking voor rubricering als bewijsmiddel eigen waarneming van de rechter. Denk aan wetenschap die hij bijvoorbeeld ontleent aan zijn eigen woon- werkverkeer. Die kan alleen gebruikt worden als het feiten van algemene bekendheid betreft en dan uiteraard ook als zodanig. Feiten van algemene bekendheid behoeven immers geen bewijs (art. 339 lid 2 Sv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 19293 tot 20563.