Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.
17. Voor zover een voorwerp als stuk van overtuiging dient, wordt dat voorwerp zo nodig ter terechtzitting getoond aan de verdachte en eventueel een getuige en worden zij daarover gehoord (art. 309 lid 2 Sv). Blok en Besier verstaan onder stukken van overtuiging de stukken die in de loop van het onderzoek in beslag zijn genomen. Voor zover de verdachte of een getuige dan verklaart omtrent het stuk van overtuiging zal die verklaring zakelijk weergegeven worden vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting en zal daarmee doorgaans wel duidelijk zijn dat het voorwerp is getoond. Het tonen zelf zal kunnen worden aangemerkt als onderdeel van al hetgeen ter terechtzitting plaatsvindt en kunnen worden opgenomen in het proces-verbaal. Indien dat achterwege blijft, leidt dat niet zonder meer tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting. Het tonen kan bijvoorbeeld irrelevant zijn gebleken voor de zaak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 22222 tot 23214.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff | shasum -a 256