Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.
20. Wat moet worden verstaan onder ‘al hetgeen ter terechtzitting voorvalt’? In het woordje ‘al’ moet geen tegenstelling worden gelezen met de formulering in het tweede lid die de omvang van verklaringen beperkt tot de zakelijke inhoud. De woorden ‘al hetgeen voorvalt’ eisen geen woordelijk en minutieus verslag van alles wat er is gebeurd, maar alleen van hetgeen voor de zaak van belang is. Niet al hetgeen ter terechtzitting wordt waargenomen dient dus te worden gerelateerd in het proces-verbaal. Zo zal de kleding die een verdachte ter terechtzitting draagt in het algemeen wel door de rechter persoonlijk waargenomen worden, maar vermelding van die kleding in het proces-verbaal blijft in het algemeen wegens het ontbreken van enige relevantie achterwege. Een waarneming tijdens de zitting die als bewijsmiddel in de zin van art. 340 Sv wordt gebruikt is evident voor de zaak van belang en verdient dan ook aantekening in het proces-verbaal van de terechtzitting. Nu het voorschrift van art. 326 Sv niet met nietigheid is bedreigd, zal het achterwege blijven van vermelding van een relevante waarneming niet zonder meer in de weg staan aan het gebruik daarvan als bewijsmiddel in de zin van art. 340 Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 24723 tot 26026.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff | shasum -a 256