Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.
22. De hoofdregel is dat de waarneming tijdens het onderzoek ter terechtzitting moet worden gedaan maar gebruik van een waarneming die niet ter terechtzitting is gedaan is niet uitgesloten in de bijzondere omstandigheden van het geval. Dat wilde in deze zaak zeggen dat: (1) het waargenomen voorwerp (kennelijk) een processtuk is; (2) het voorwerp (de afbeeldingen) ter zitting in eerste aanleg is getoond; (3) de raadsman het voorwerp (de afbeeldingen) eerder heeft gezien (op het politiebureau); (4) naar aanleiding van de mededeling van de voorzitter dat het hof het voorwerp (de afbeeldingen) in raadkamer zal bekijken noch de advocaat-generaal noch de verdediging bezwaar heeft gemaakt. Er valt niet in te zien in welk verdedigingsbelang verdachte is geschaad door de kennisname van het voorwerp (de afbeeldingen) in raadkamer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 29611 tot 30520.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff | shasum -a 256