Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Onder 3.5.3. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.

Niettemin is de rechter gehouden dat wel te doen, indien de procespartijen door het gebruik van die waarneming voor het bewijs zouden worden verrast omdat zij daarmee geen rekening behoefden te houden. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals het procesverloop, de aard van de waarneming en het verband van die waarneming met het voorhanden bewijsmateriaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 34125 tot 34535.