Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.
25. In de rechtspraak van de Hoge Raad wordt betekenis toegekend aan de vraag of de waarneming betrekking heeft op een processtuk. Het Wetboek van Strafvordering geeft inmiddels in het voetspoor van de rechtspraak van de Hoge Raad in zekere zin uitsluitsel over hetgeen zich in het dossier moet bevinden en processtuk is. Sinds 1 januari 2013 kent het tweede lid van art. 149a Sv een omschrijving van wat tot processtukken behoort: alle stukken die voor de ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn. Ik wijs er op dat inmiddels processtukken niet meer beperkt zijn tot op papier geschreven woorden. Informatie, zoals een proces-verbaal van verhoor, vastgelegd op een gegevensdrager kan tot de processtukken behoren. Ik volsta met te wijzen op art. 137 Sv en de Wet digitale processtukken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 35829 tot 36939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff | shasum -a 256