Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.
28. Voor zover het gaat om processtukken moet de inhoud ervan worden meegedeeld, indien de rechterlijke beslissing er op wordt gestoeld. De vraag is of art. 301 Sv geldt voor alle processtukken. Dreissen merkt op: “Artikel 301 Sv is niet van toepassing op de eigen waarneming van de rechter, voor zover het betreft stukken die niet voor voorlezing vatbaar zijn. Daarvoor geldt het bepaalde in art. 309 Sv: de stukken van overtuiging moeten de verdachte worden getoond.” Dit betekent dat in haar opvatting kennelijk tot de processtukken behorende plattegronden en beeld- of geluidregistratie niet onder het regime van art. 301 Sv vallen. Is een andere benadering verdedigbaar?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 38411 tot 39206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff | shasum -a 256