Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.
36. De rechter kan zich echter mede in het licht van art. 6 EVRM niet veroorloven dat zijn voor het bewijs te gebruiken waarneming een verrassing inhoudt. Hij zal tijdens het onderzoek ter terechtzitting moeten vooruitlopen op de vraag of later gebruik van een waarneming als bewijsmiddel mogelijk een verrassing vormt voor het openbaar ministerie en de verdediging. Gegarandeerd dient namelijk te worden dat er in verband met de waarneming vragen aan de verdachte of een getuige kunnen worden gesteld en dat het woord kan worden gevoerd over de beoordeling en waardering van de waarneming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 46114 tot 46718.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff | shasum -a 256